Van kapitaallastenbrief tot Zorgverzkeringswet
Het jargon vliegt over het podium. Zorgverzekeringswet. Wet marktordening gezondheidszorg. Wet toelating zorginstellingen. Wet maatschappelijke ondersteuning. Diagnose-behandelingcombinaties. Gereguleerde marktwerking. Nederlandse Zorgautoriteit. Kapitaallastenbrief. Integrale tarieven. En niet te vergeten: Normatieve huisvestingscomponent. Tal van deze begrippen hebben onder minister Hans Hoogervorst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een plek veroverd in het toch al zo rijke jargon van de gezondheidszorg.
Ombudsman verkoopt ‘lulkoek’
Het gesprek gaat over vrij onderhandelbare dbc’s, over gereguleerde marktwerking die zou leiden tot kostenbeheersing, over kwaliteitsindicatoren, over collectief geld voor het schoonmaken van huizen. Hoogervorst ontpopt zich als een marktkoopman met gevoel voor humor. De minister laat de kwajongen in zichzelf af en toe de kop opsteken. Als de Ombudsman hem beticht van vriendjespolitiek , noemt hij dat ‘lulkoek’.
‘Historische feiten verkopen niet’
Farmaceuten, apothekers, fysiotherapeuten, huisartsen, medisch specialisten, ziekenhuisbestuurders, aanbieders van chronische zorg: wie heeft Hoogervorst vroeg of laat niet tegen de haren ingestreken? Meestal hield hij zijn rug recht. Soms boog hij mee als riet bij windkracht negen. Het angstzweet brak hem uit nadat hij de Zorgverzekeringswet ongeschonden door Tweede en Eerste Kamer had geloodst: “Ik dacht: oh mijn god, nu moet ik het de mensen gaan uitleggen.” De invoering van de Zorgverzekeringswet mag dan alom gelden als een historisch feit, Hoogervorst is de eerste om het te relativeren: “Historische feiten verkopen niet altijd even goed.”
Eerste scène: Wie maakt me los?
Door: Ruud Koolen